Opties voortgezet onderwijs in ZaanstadIn Nederland zijn er verschillende soorten voortgezet onderwijs. Hieronder worden deze toegelicht en kunt u lezen welke Zaanse scholen er zijn.

Praktijkonderwijs

In Zaanstad zijn twee scholen voor praktijkonderwijs:

Praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die een vak kunnen leren, maar voor wie – ook met extra hulp – het vmbo te moeilijk is. Een leerling met een leerachterstand van drie jaar of meer op met name de gebieden begrijpend lezen en rekenen komt in aanmerking voor praktijkonderwijs. Op de praktijkschool krijgen leerlingen algemene vakken, zoals taal, rekenen en lichamelijke opvoeding (gym), maar ook vakken die speciaal gericht zijn op de beroepen die zij later kunnen uitoefenen. De duur van het praktijkonderwijs is doorgaans tussen de vier en zes jaar. Dit hangt af van hoe de leerling zich ontwikkelt. Het praktijkonderwijs loopt meestal door tot aan het vinden van passend werk of tot de overstap naar een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo-niveau 1).

Om voor praktijkonderwijs in aanmerking te komen, is een zogenaamde toelaatbaarheidsverklaring nodig. Deze verklaring wordt door de praktijkschool aangevraagd. Het Samenwerkingsverband Zaanstreek onderzoekt deze aanvraag en geeft de toelaatbaarheidsverklaring af. Een onderzoek naar de mogelijkheden van de leerling hoort ook bij de procedure. De basisschool bespreekt met de ouders of een leerling in aanmerking komt voor praktijkonderwijs. Het voortgezet onderwijs nodigt de leerling vervolgens uit voor het capaciteitenonderzoek. Dit onderzoek wordt in de periode van november tot en met januari afgenomen.

Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo)

Zaanstad heeft de volgende scholen voor vmbo:

Het vmbo duurt vier jaar en bestaat uit vier leerwegen. Alle vier de leerwegen leiden op voor het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Na de theoretische leerweg is het ook mogelijk om de overstap naar de havo te maken. Na de eerste twee jaar – de onderbouw – kiest een leerling een leerweg en een profiel.

Leerwegen
Basisberoepsgerichte leerweg (vmbo-b)
Deze leerweg bereidt de leerling voor op de basisberoepsopleidingen (niveau 2) van het mbo. Naast algemene vakken, zoals Nederlands, wiskunde en Engels, krijgen leerlingen twaalf uur per week beroepsvoorbereidende vakken. In de basisberoepsgerichte leerweg kunnen leerlingen ook kiezen voor een leerwerktraject. Hierbij volgt de leerling minder theoretische vakken en ligt de nadruk op het leren in de praktijk, bijvoorbeeld door middel van stages. Trias VMBO biedt zo’n traject aan.

Kaderberoepsgerichte leerweg (vmbo-k)
De kaderberoepsgerichte leerweg bereidt leerlingen voor op een vak- of middenkaderopleiding (niveau 3 of 4) van het mbo. Leerlingen krijgen in de bovenbouw naast algemene vakken ook gemiddeld twaalf uur per week beroepsvoorbereidende vakken.

Gemengde leerweg (vmbo-g)
De gemengde leerweg is vergelijkbaar met de theoretische leerweg, maar in plaats van één van de theoretische vakken volgt de leerling een beroepsgericht vak. De gemengde leerweg bereidt de leerling voor op de vak- en middenkaderopleidingen (niveau 3 of 4) van het mbo. Met een vmbo-g-diploma kunnen leerlingen ook doorstromen naar de havo. In Zaanstad wordt de gemengde leerweg alleen aangeboden bij Compaen VMBO.

Theoretische leerweg (vmbo-t)
In de theoretische leerweg (vmbo-t) volgen de leerlingen algemene vakken en kiezen daaruit een examenpakket, afhankelijk van de profielkeuze. Een vmbo-t-diploma geeft toegang tot vakopleidingen (niveau 3) en middenkaderopleidingen (niveau 4) van het mbo. Leerlingen die de theoretische leerweg met succes hebben afgerond, kunnen er ook voor kiezen om door te stromen naar de havo.

Profiel
Na de eerste twee jaar van het vmbo (de onderbouw) kiezen leerlingen niet alleen één van de bovengenoemde leerwegen, maar ook een profiel. Met ingang van het schooljaar 2016/2017 kiezen leerlingen die een beroepsgerichte leerweg volgen (vmbo-b of vmbo-k) uit tien profielen.VMBO profielen scholen in ZaanstadDe profielen Mobiliteit en transport, Maritiem en techniek en Groen worden in Zaanstad niet aangeboden.

Leerlingen die de theoretische leerweg volgen, kiezen uit één van de volgende vier profielen: Economie, Techniek, Zorg en Welzijn en Landbouw. Bij elk profiel hoort een ander vakkenpakket.

Extra ondersteuning
Leerwegondersteunend onderwijs (lwoo)
Voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo). Lwoo is geen apart onderwijs, maar wordt aangeboden binnen alle leerwegen van het vmbo. De leerlingen volgen hetzelfde programma als de andere vmbo-leerlingen, maar krijgen hierbij extra hulp en specifieke begeleiding. Op grond van de informatie van de basisschool bekijkt de vmbo-school of een leerling in aanmerking komt voor leerwegondersteuning.

Saenstroom opdc
Als een basisschool vindt dat een leerling meer hulp en ondersteuning nodig heeft dan een reguliere school met lwoo kan bieden, dan kan de basisschool de aanbeveling doen om het vmbo te volgen op het orthopedagogisch didactisch centrum (opdc) Saenstroom. Saenstroom opdc is een kleinschalige school voor leerlingen met een extra  ondersteuningsvraag, bijvoorbeeld op het gebied van een leerachterstand en sociaal-emotionele problematiek. Leerlingen kunnen op Saenstroom opdc de onderbouw van het vmbo doorlopen. Daarna kiezen zij een leerweg en een profiel en maken zij de overstap naar een andere vmbo-school. Op deze school kunnen de leerlingen vervolgens hun vmbo-diploma halen.

Om bij Saenstroom geplaatst te kunnen worden, is een aanbeveling van de basisschool nodig. Het kan ook voorkomen dat leerlingen aangemeld of gestart zijn op een andere vmbo-school, maar dat later toch blijkt dat een plaats op het opdc wenselijk is. Wanneer een leerling een aanbeveling heeft voor plaatsing op het opdc, is er een speciale commissie voor toewijzing en advies die bekijkt of de leerling toelaatbaar is.

Na het vmbo
In Nederland zijn kinderen van 5 tot 16 jaar leerplichtig. Een vmbo-diploma is echter nog niet voldoende om van school te gaan. Daarvoor is een zogenaamde ‘startkwalificatie’ nodig. Jongeren die na hun 16de nog geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 18de onderwijs volgen. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma, of een mbo-diploma op niveau 2 of hoger.

Havo en vwo

In Zaanstad zijn vier scholen voor havo en vwo:

Havo, atheneum & gymnasium
De havo duurt vijf jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het hoger beroepsonderwijs (hbo). Leerlingen die het derde jaar op de havo succesvol hebben afgerond, kunnen ook doorstromen naar het mbo. Leerlingen die een havodiploma hebben gehaald kunnen doorstromen naar het vwo om daar in het twee jaar het vwo-diploma te halen.

Het vwo bestaat uit het atheneum en het gymnasium. Het vwo duurt zes jaar en is vooral bedoeld als voorbereiding op het wetenschappelijk onderwijs (wo)/de universiteit. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen Grieks en Latijn in de onderbouw. In de bovenbouw krijgen zij ten minste één van deze twee vakken. Als een leerling het derde jaar van het vwo met goed gevolg heeft afgerond, kan hij doorstromen naar het mbo.

Naast het reguliere programma hebben de havo/vwo-scholen extra aanbod voor meer begaafde leerlingen. Tijdens de voorlichtingsmomenten vertellen deze scholen hier graag meer over.

Profielen
Zowel op de havo als op het vwo kunnen leerlingen na de onderbouw (jaar 1 en 2) kiezen uit vier profielen. Bij elk profiel hoort een ander vakkenpakket.

Alle profielen hebben een gemeenschappelijk deel, met vakken zoals Nederlands, Engels en lichamelijke opvoeding. Dit deel is voor alle profielen gelijk. Daarnaast is er een profieldeel. Ten slotte is er ook nog een vrij deel, waarin leerlingen vakken van een ander profiel kunnen kiezen.

Zorgplicht

In 2014 is passend onderwijs ingevoerd. Dit betekent dat scholen een zorgplicht hebben. De schoolbesturen zorgen er gezamenlijk voor dat zij alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, een plek kunnen bieden. Op alle Zaanse scholen wordt extra ondersteuning aangeboden. De basisschool geeft aan of een leerling extra ondersteuning nodig heeft en zo ja, op welk gebied. De scholen voor voortgezet onderwijs zorgen ervoor dat zij de benodigde ondersteuning kunnen bieden. Het kan zijn dat een school de gevraagde ondersteuning niet zelf kan bieden. In dat geval begeleidt de school waar de leerling is aangemeld de ouders/verzorgers en leerling naar een beter passende plek, bijvoorbeeld in het voortgezet speciaal onderwijs.